Bijlage 1

Bijlage 1: Het model van Prochaska en DiClemente

plan van aanpakGedragsverandering in stadia

Voordat we deze stadia afzonderlijk toelichten, is het belangrijk te bedenken dat gedragsverandering geen lineair proces is met een duidelijk begin- en eindpunt. Het is een circulair proces. Tijdens iedere fase kan de persoon terugvallen in een vorige fase of in oud gedrag. Veranderen is vaak twee stappen vooruit en één stap achteruit. Het is van belang de stappen niet te snel te willen doorlopen. De hulpverlener moet ervoor waken dat hij de cliënt niet forceert. Hardlopers zijn in dit geval zeker doodlopers. Als een cliënt niet goed alle voor- en nadelen van zijn gedrag heeft overwogen en alle ins en outs van gedragsverandering langs is gelopen, bestaat de kans dat hij niet weloverwogen een keuze heeft gemaakt. Dit wreekt zich in de fase van voorbereiding of actieve verandering, waarbij de cliënt weerstand gaat vertonen of met de armen over elkaar gaat zitten. De hulpverlener moet aanhaken in de fase waar de cliënt zich bevindt.

Stadium 1: Het voorstadium

Dit stadium wordt ook wel voorbeschouwing of precontemplatie genoemd. In dit stadium is de persoon zich niet bewust van het feit dat hij een probleem heeft. Hij herkent niet dat zijn gedrag schadelijke effecten heeft of dat zijn probleem negatieve gevolgen heeft voor zichzelf of voor anderen. Het kan ook zijn dat men wel wat problemen signaleert, maar men brengt dit niet in verband met het eigen gedrag. We kunnen in deze fase de volgende afweermechanismen waarnemen:

  • Ontkenning
  • Rationaliseren, het goed praten van het eigen gedrag
  • Ontwijken van confrontaties met problemen.
  • Het inslikken van problemen

Deze fase is in feite een statische fase, die jaren kan duren en niet als vanzelfsprekend uitmondt in de tweede fase. Het is daarom beter te spreken van ‘situatie’ in plaats van stadium of fase, wat een dynamisch en doorgaand proces impliceert.

Stadium 2: Het overwegen

In de fase van het overwegen, de contemplatie, zal de persoon enigszins openstaan om na te denken over zijn problemen of de gevolgen daarvan voor zichzelf of anderen. De persoon wordt zich allengs bewust van het feit dat hij een probleem heeft. In dit stadium staat ambivalentie centraal, dat wil zeggen dat de persoon enerzijds problemen (h)erkend maar nog niet weet of hij wel wil veranderen.

Mensen stellen zich in dit stadium open voor informatie over hun probleem, maar er wordt nog geen beslissing genomen om tot verandering te komen. Prochaska en DiClemente stellen dat mensen in deze fase het meest open staan voor veranderingsprocessen die zijn gericht op bewustwording. In dit stadium moet je nog niet over willen gaan tot actie, dat zou veel te vroeg zijn.

Stadium 3: De beslissing

In dit stadium wordt de knoop doorgehakt. De persoon neemt de beslissing iets aan zijn probleem te doen en hij maakt concrete plannen hoe hij zijn probleem gaat aanpakken. Een roker kan besluiten dat hij gaat stoppen met roken, hij prikt een stopdatum en hij bedenkt op welke wijze hij gaat stoppen. Gebruikt hij een hulpmiddel, of doet hij het geheel op eigen kracht? wat zijn de voor- en nadelen daarvan?

Een persoon kan extern of intern gemotiveerd zijn tot gedragsverandering. Bij externe motivatie kunnen we denken aan het willen voorkomen van een gevangenisstraf en daarom meewerken aan een behandeling. Bij interne motivatie daarentegen ligt de reden van gedragsverandering in de persoon zelf.

Stadium 4: De actie

Dit is de fase van actieve verandering. De beslissing om iets aan het probleem te gaan doen is genomen, in deze fase wordt overgegaan tot actie. Het besluit krijgt handen en voeten. In deze fase kan de persoon geconfronteerd worden met afwijzing uit zijn omgeving. Het is daarom belangrijk dat hij een ondersteunend netwerk heeft of opgebouwd van mensen die hem steunen en support geven.

Ook kan de persoon in deze fase overweldigd worden door allerlei negatieve gevoelens. Hij kan het idee hebben dat hij zijn vrijheid verliest of gevoelens krijgen van falen, mislukking, schuld of twijfel. Het gevaar ligt op de loer dat hij de handdoek in de ring gooit. Hij is er nog lang niet, de persoon zal moeten volhouden. Hij moet weten dat deze negatieve gevoelens heel normaal zijn. Ieder veranderingsproces gaat gepaard met dergelijke moeilijkheden en strubbelingen. Het zoeken en krijgen van steun is onontbeerlijk.

Stadium 5: Het volhouden

Het volhouden oftewel het consolideren van de ingezette verandering is fase vijf. Betrokkene zal in deze fase de veranderingen integreren in zijn leven en in zijn persoonlijkheid. Ondersteunende gesprekken en terugvalpreventie is in deze fase van groot belang. Ook een ondersteunend en stimulerend netwerk speelt een belangrijke rol in het voorkomen van terugval.

Stadium 6: De terugval

Terugval is een wezenlijk onderdeel van het veranderingsproces. Bij een terugval is er nog ‘geen man overboord’; van een terugval kan men leren. De hulpverlener moet een cliënt die is teruggevallen in bijvoorbeeld drugsgebruik niet veroordelen of berispen. Met zo’n houding wordt de deur krachtig dicht gegooid. Kies voor een positieve, motiverende benadering en wees niet te snel teleurgesteld. Veranderen is geen sinecure; het gaat met vallen en opstaan. Terugval betekent niet per definitie dat men weer van voren af aan moet beginnen.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.